Terug naar Ezechiël 24
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 24:13

In uw onreinheid is schandelijkheid. Omdat Ik u gereinigd heb, maar u niet gereinigd werd, zult u niet meer van uw onreinheid gereinigd worden totdat Ik mijn grimmigheid op u heb doen rusten.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 24 — omringende verzen

8

opdat het grimmigheid zou verwekken om wraak te nemen; Ik heb haar bloed op de kale rots gesteld, opdat het niet bedekt zou worden.

9

Daarom, zo zegt de Heer HEERE: Wee de bloedstad! Ik zal de brandstapel voor het vuur groot maken.

10

Stapel hout op, steek het vuur aan, verteer het vlees, kruid het goed, en laat de beenderen verbranden.

11

Zet het daarna leeg op zijn kolen, zodat het koper ervan heet wordt en gloeit, en de onreinheid daarin gesmolten wordt, en het schuim ervan verteerd wordt.

12

Zij heeft zichzelf vermoeid met leugens, maar haar grote schuim ging niet uit haar weg; haar schuim zal in het vuur zijn.

13

In uw onreinheid is schandelijkheid. Omdat Ik u gereinigd heb, maar u niet gereinigd werd, zult u niet meer van uw onreinheid gereinigd worden totdat Ik mijn grimmigheid op u heb doen rusten.

14

Ik, de HEERE, heb het gesproken; het zal geschieden en Ik zal het doen; Ik zal niet terugkeren, noch sparen, noch berouw hebben; naar uw wegen en naar uw daden zullen zij u oordelen, zegt de Heer HEERE.

15

Ook kwam het woord van de HEERE tot mij, zeggende:

16

Mensenkind, zie, Ik neem van u de begeerte van uw ogen weg met één slag; maar u zult niet treuren noch wenen, en uw tranen zullen niet vloeien.

17

Zucht in stilte, maak geen rouw over de dode; bind uw hoofdtooisel op, en doe uw schoenen aan uw voeten; bedek uw lippen niet, en eet het brood der mensen niet.

18

Zo sprak ik tot het volk in de ochtend, en in de avond stierf mijn vrouw; en de volgende morgen deed ik zoals mij geboden was.