Ezechiël 27:34
“Ten tijde dat gij door de zeeën verbroken wordt, in de diepten der wateren, zullen uw koopwaar en al uw menigte in het midden van u vallen.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 27 — omringende verzen
En allen die de riem hanteren, de zeelieden en al de stuurlieden der zee, zullen van hun schepen afdalen, zij zullen staan op het land;
30En zullen hun stem tegen u verheffen, en bitter roepen, en stof op hun hoofden werpen, zij zullen zich wentelen in de as;
31En zij zullen zich voor u het hoofd kaal scheren en een rouwgewaad omgorden, en zij zullen over u wenen met bitterheid van hart en bitter geklaag.
32En in hun klaagzang zullen zij een weeklacht over u aanheffen, en over u weeklagen, zeggende: Welke stad is als Tyrus, als de verwoeste in het midden der zee?
33Toen uw koopwaar uit de zeeën uitging, vulde gij vele volken; gij verrijkte de koningen der aarde met de overvloed van uw rijkdommen en uw koopwaar.
Ten tijde dat gij door de zeeën verbroken wordt, in de diepten der wateren, zullen uw koopwaar en al uw menigte in het midden van u vallen.
Al de inwoners der eilanden zullen over u ontzet zijn, en hun koningen zullen hevig bevreesd zijn, hun gelaat zal bedroefd zijn.
36De kooplieden onder de volken zullen over u fluiten; gij zult een schrik zijn en er zult gij voor immer niet meer zijn.