Terug naar Ezechiël 30
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 30:18

In Tahpanhes ook zal de dag verduisterd worden, wanneer Ik daar de jukken van Egypte breek; en de praal van haar kracht zal in haar ophouden; een wolk zal haar bedekken en haar dochters zullen in ballingschap gaan.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 30 — omringende verzen

13

Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook de afgoden vernietigen en de beelden doen ophouden uit Nof; en er zal geen vorst meer zijn uit het land Egypte, en Ik zal een schrik leggen in het land Egypte.

14

En Ik zal Pathros verwoesten en vuur steken in Zoan, en oordelen uitvoeren in No.

15

En Ik zal mijn grimmigheid uitgieten over Sin, de sterkte van Egypte, en Ik zal de menigte van No uitroeien.

16

En Ik zal vuur steken in Egypte; Sin zal in grote angst zijn, No zal worden verscheurd en Nof zal dagelijks benauwdheden hebben.

17

De jonge mannen van Aven en van Pibeseth zullen vallen door het zwaard, en deze steden zullen in ballingschap gaan.

18

In Tahpanhes ook zal de dag verduisterd worden, wanneer Ik daar de jukken van Egypte breek; en de praal van haar kracht zal in haar ophouden; een wolk zal haar bedekken en haar dochters zullen in ballingschap gaan.

19

Aldus zal Ik oordelen uitvoeren in Egypte, en zij zullen weten dat Ik de HEERE ben.

20

En het geschiedde in het elfde jaar, in de eerste maand, op de zevende dag der maand, dat het woord des HEEREN tot mij kwam, zeggende:

21

Mensenkind, Ik heb de arm van Farao, de koning van Egypte, gebroken; en zie, hij zal niet verbonden worden om genezen te worden, noch met een verband omwonden worden om hem sterk te maken om het zwaard te houden.

22

Daarom zegt de Heere HEERE aldus: Zie, Ik zend Mij tegen Farao, de koning van Egypte, en Ik zal zijn armen breken, zowel de sterke als de gebroken arm; en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen.

23

En Ik zal de Egyptenaren verstrooien onder de volken en hen verspreiden door de landen.