Terug naar Ezechiël 30
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 30:7

En zij zullen verwoest zijn temidden van verwoeste landen, en haar steden zullen zijn temidden van de verwoeste steden.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 30 — omringende verzen

2

Mensenkind, profeteer en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Huil, ach, wee over die dag!

3

Want de dag is nabij, ja, de dag des HEEREN is nabij, een dag van wolken; het zal de tijd der heidenen zijn.

4

En het zwaard zal over Egypte komen, en grote angst zal zijn in Ethiopië, wanneer de geslagenen in Egypte vallen, en men haar menigte wegneemt en haar grondslagen worden afgebroken.

5

Ethiopië en Libië en Lydië en al het gemengde volk, en Chub en de mannen van het land dat met hen verbonden is, zullen met hen vallen door het zwaard.

6

Zo zegt de HEERE: Zij die Egypte ondersteunen zullen ook vallen, en de trots van haar macht zal neerdalen; van de toren van Syene af zullen zij erin vallen door het zwaard, zegt de Heere HEERE.

7

En zij zullen verwoest zijn temidden van verwoeste landen, en haar steden zullen zijn temidden van de verwoeste steden.

8

En zij zullen weten dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik een vuur in Egypte steek en al haar helpers worden vernield.

9

Te dien dage zullen boden van Mij uitgaan in schepen om het zorgeloze Ethiopië te verschrikken, en grote angst zal over hen komen, als op de dag van Egypte; want zie, het komt.

10

Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook de menigte van Egypte doen ophouden door de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel.

11

Hij en zijn volk met hem, de verschrikkelijksten der volken, zullen worden gebracht om het land te verwoesten; zij zullen hun zwaarden trekken tegen Egypte en het land vullen met de geslagenen.

12

En Ik zal de rivieren droogleggen en het land verkopen in de hand der goddelozen; Ik zal het land verwoesten en alles wat daarin is, door de hand van vreemden; Ik, de HEERE, heb het gesproken.