Ezechiël 32:1
“En het geschiedde in het twaalfde jaar, in de twaalfde maand, op de eerste dag der maand, dat het woord des HEREN tot mij kwam, zeggende:”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 32 — omringende verzen
En het geschiedde in het twaalfde jaar, in de twaalfde maand, op de eerste dag der maand, dat het woord des HEREN tot mij kwam, zeggende:
Mensenkind, hef een klaaglied aan over Farao, de koning van Egypte, en zeg tot hem: Gij zijt als een jonge leeuw onder de volken, en gij zijt als een zeemonster in de zeeën; gij brak door in uw rivieren, en bewoegdet de wateren met uw voeten, en troebelde hun rivieren.
3Zo zegt de Heer HEER: Ik zal dan Mijn net over u uitspreiden met een gezelschap van vele volken; en zij zullen u ophalen in Mijn net.
4Dan zal Ik u achterlaten op het land, Ik zal u uitwerpen op het open veld, en Ik zal al het gevogelte des hemels op u doen neerstrijken, en Ik zal de dieren der gehele aarde met u verzadigen.
5En Ik zal uw vlees op de bergen leggen, en de valleien vullen met uw hoogte.
6Ik zal ook het land, waarin gij zwemt, met uw bloed drenken, tot aan de bergen toe; en de rivieren zullen vol van u zijn.