Terug naar Ezechiël 34
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 34:23

En Ik zal één herder over hen aanstellen, en hij zal hen weiden, Mijn knecht David; hij zal hen weiden, en hij zal hun herder zijn.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 34 — omringende verzen

18

Is het u een gering ding dat gij de goede weide afgeweid hebt, maar dat gij de rest van uw weide met uw voeten vertrapt? En dat gij van het heldere water gedronken hebt, maar de rest met uw voeten vertroebelt?

19

En Mijn kudde eet wat gij met uw voeten vertrapt hebt, en drinkt wat gij met uw voeten vertroebeld hebt.

20

Daarom zegt de Heere HEER aldus tot hen: Zie, Ik Zelf zal oordelen tussen het vette vee en het magere vee.

21

Omdat gij met de zijde en met de schouder gedrongen hebt, en alle zwakken met uw hoornen gestoten hebt, totdat gij hen naar buiten verstrooid hebt;

22

Daarom zal Ik Mijn kudde redden, en zij zullen niet meer een prooi zijn; en Ik zal oordelen tussen schaap en schaap.

23

En Ik zal één herder over hen aanstellen, en hij zal hen weiden, Mijn knecht David; hij zal hen weiden, en hij zal hun herder zijn.

24

En Ik, de HEER, zal hun God zijn, en Mijn knecht David een vorst in hun midden; Ik, de HEER, heb het gesproken.

25

En Ik zal met hen een verbond des vredes sluiten, en Ik zal de schadelijke dieren uit het land doen ophouden; en zij zullen veilig wonen in de woestijn en slapen in de wouden.

26

En Ik zal hen en de plaatsen rondom Mijn heuvel tot een zegen maken; en Ik zal de regen doen nedervallen op zijn tijd; er zullen regens van zegen zijn.

27

En de boom des velds zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar opbrengst geven, en zij zullen veilig zijn in hun land, en zij zullen weten dat Ik de HEER ben, wanneer Ik de banden van hun juk verbroken heb en hen gered heb uit de hand van hen die zich van hen bedienden.

28

En zij zullen niet meer een prooi zijn voor de heidenen, en het gedierte des lands zal hen niet meer verslinden; maar zij zullen veilig wonen, en niemand zal hen verschrikken.