Ezechiël 35:2
“Mensenkind, richt uw aangezicht tegen het gebergte Seïr, en profeteer daartegen,”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 35 — omringende verzen
Verder kwam het woord van de HEER tot mij, zeggende:
Mensenkind, richt uw aangezicht tegen het gebergte Seïr, en profeteer daartegen,
En zeg tot het: Zo zegt de Heere HEER: Zie, o gebergte Seïr, Ik ben tegen u, en Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en Ik zal u ten uiterste woest maken.
4Ik zal uw steden tot een woestenij maken, en gij zult woest zijn, en gij zult weten dat Ik de HEER ben.
5Omdat gij een eeuwige vijandschap gekoesterd hebt, en de kinderen van Israël door de kracht van het zwaard overgegeven hebt aan de bloedschande in de tijd van hun rampspoed, in de tijd dat hun ongerechtigheid een einde nam:
6Daarom, zo waarlijk als Ik leef, zegt de Heere HEER, zal Ik u gereedmaken voor het bloed, en het bloed zal u achtervolgen; daar gij het bloed niet gehaat hebt, zal het bloed u achtervolgen.
7Zo zal Ik het gebergte Seïr ten uiterste woest maken, en Ik zal daarvan afsnijden wie voorbijgaat en wie terugkeert.