VSV
StatenvertalingEzechiël 38:1
“En het woord van de HEER kwam tot mij, zeggende:”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 38 — omringende verzen
1
2En het woord van de HEER kwam tot mij, zeggende:
Mensenkind, richt uw aangezicht tegen Gog, het land Magog, de opperste vorst van Mesech en Tubal, en profeteer tegen hem,
3En zeg: Zo zegt de Heere HEER: Zie, Ik ben tegen u, o Gog, opperste vorst van Mesech en Tubal.
4En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitleiden met heel uw leger, paarden en ruiters, allen volledig uitgerust met wapenrusting, een grote menigte met rondassen en schilden, allen het zwaard voerende.
5Perzie, Ethiopië en Libië met hen; allen met schild en helm.
6Gomer en al zijn benden; het huis van Togarma uit het hoge noorden, en al zijn benden; en vele volken met u.