Terug naar Ezechiël 38
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 38:19

Want in Mijn ijver en in het vuur van Mijn toorn heb Ik gesproken: Voorwaar, op die dag zal er een grote beving zijn in het land Israël.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 38 — omringende verzen

14

Profeteer daarom, mensenkind, en zeg tot Gog: Zo zegt de Heere HEER: Zult u het niet weten op die dag, wanneer Mijn volk Israël veilig woont?

15

En u zult komen van uw plaats, uit de diepste streken van het noorden, u en vele volken met u, allen rijdende op paarden, een grote menigte en een machtig leger.

16

En u zult optrekken tegen Mijn volk Israël als een wolk om het land te bedekken; het zal zijn in de laatste dagen, en Ik zal u tegen Mijn land brengen, opdat de heidenen Mij kennen, wanneer Ik in u geheiligd word, o Gog, voor hun ogen.

17

Zo zegt de Heere HEER: Zijt u degene over wie Ik in vroeger tijden gesproken heb door Mijn knechten, de profeten van Israël, die in die dagen vele jaren geprofeteerd hebben dat Ik u tegen hen zou brengen?

18

En het zal te dien tijde geschieden, wanneer Gog tegen het land Israël optrekt, zegt de Heere HEER, dat Mijn grimmigheid in Mijn aangezicht zal opkomen.

19

Want in Mijn ijver en in het vuur van Mijn toorn heb Ik gesproken: Voorwaar, op die dag zal er een grote beving zijn in het land Israël.

20

Zodat de vissen van de zee, en de vogels des hemels, en de beesten des velds, en alle kruipende dingen die op de aarde kruipen, en alle mensen die op het oppervlak der aarde zijn, zullen beven voor Mijn aangezicht; en de bergen zullen worden neergeworpen, en de steile plaatsen zullen vallen, en elke muur zal ter aarde storten.

21

En Ik zal een zwaard tegen hem roepen op al Mijn bergen, zegt de Heere HEER; het zwaard van de een zal zijn tegen zijn broeder.

22

En Ik zal tegen hem twisten met pestilentie en met bloed; en Ik zal op hem en op zijn benden en op de vele volken die met hem zijn, een overstelpende regen doen neerkomen, grote hagelstenen, vuur en zwavel.

23

Zo zal Ik Mijzelf grootmaken en Mijzelf heiligen; en Ik zal bekend worden voor de ogen van vele volken, en zij zullen weten dat Ik de HEER ben.