Ezechiël 39:1
“Profeteer daarom, mensenkind, tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEER: Zie, Ik ben tegen u, o Gog, opperste vorst van Mesech en Tubal.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 39 — omringende verzen
Profeteer daarom, mensenkind, tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEER: Zie, Ik ben tegen u, o Gog, opperste vorst van Mesech en Tubal.
En Ik zal u omwenden en slechts een zesde deel van u overlaten, en Ik zal u doen optrekken uit de diepste streken van het noorden, en u brengen op de bergen van Israël.
3En Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.
4U zult vallen op de bergen van Israël, u en al uw benden, en de volken die met u zijn; Ik zal u geven aan de roofvogels van allerlei soort, en aan de beesten des velds om verslonden te worden.
5U zult vallen op het open veld; want Ik heb het gesproken, zegt de Heere HEER.
6En Ik zal een vuur zenden op Magog, en op hen die zorgeloos wonen in de eilanden; en zij zullen weten dat Ik de HEER ben.