Ezechiël 40:37
“En haar posten waren naar het buitenste voorhof; en palmbomen waren aan haar posten, aan deze kant en aan die kant; en haar opgang had acht treden.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 40 — omringende verzen
En hij bracht mij tot het binnenste voorhof aan de oostzijde, en hij mat de poort volgens deze maten.
33En haar wachtkamers en haar posten en haar bogen waren volgens deze maten; en er waren vensters daarin en in haar bogen rondom: zij was vijftig el lang en vijfentwintig el breed.
34En haar bogen waren naar het buitenste voorhof; en palmbomen waren aan haar posten, aan deze kant en aan die kant; en haar opgang had acht treden.
35En hij bracht mij tot de noordpoort en mat haar volgens deze maten.
36Haar wachtkamers, haar posten en haar bogen, en de vensters eraan rondom: de lengte was vijftig el en de breedte vijfentwintig el.
En haar posten waren naar het buitenste voorhof; en palmbomen waren aan haar posten, aan deze kant en aan die kant; en haar opgang had acht treden.
En de kamers met hun ingangen waren bij de posten van de poorten, waar men het brandoffer waste.
39En in de voorhal van de poort waren twee tafels aan deze kant en twee tafels aan die kant, om daarop het brandoffer, het zondoffer en het schuldoffer te slachten.
40En aan de zijkant naar buiten, waar men opgaat naar de ingang van de noordpoort, waren twee tafels; en aan de andere kant, bij de voorhal van de poort, waren twee tafels.
41Vier tafels waren aan deze kant en vier tafels aan die kant, aan de zijde van de poort: acht tafels, waarop zij hun offeranden slachtten.
42En de vier tafels voor het brandoffer waren van gehouwen steen, anderhalf el lang en anderhalf el breed, en één el hoog; daarop legden zij ook de gereedschappen waarmee men het brandoffer en het slachtoffer slachtte.