Ezechiël 46:6
“En op de dag van de nieuwe maan zal het zijn een jonge stier zonder gebrek, en zes lammeren en een ram; zij zullen zonder gebrek zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 46 — omringende verzen
Zo zegt de Heere HEERE: De poort van de binnenste voorhof die naar het oosten gekeerd is, zal de zes werkdagen gesloten zijn; maar op de sabbat zal zij geopend worden, en op de dag van de nieuwe maan zal zij geopend worden.
2En de vorst zal binnenkomen langs de weg van de voorhal van die poort van buiten, en hij zal staan bij de post van de poort; en de priesters zullen zijn brandoffer en zijn vredeoffers bereiden, en hij zal aanbidden aan de drempel van de poort; daarna zal hij naar buiten gaan, maar de poort zal tot de avond niet gesloten worden.
3Eveneens zal het volk van het land aanbidden aan de ingang van die poort voor de HEERE op de sabbatten en op de nieuwe manen.
4En het brandoffer dat de vorst op de sabbatdag aan de HEERE zal offeren, zal zijn zes lammeren zonder gebrek en een ram zonder gebrek.
5En het spijsoffer zal zijn een efa bij een ram, en het spijsoffer bij de lammeren zoveel als hij geven kan, en een hin olie bij een efa.
En op de dag van de nieuwe maan zal het zijn een jonge stier zonder gebrek, en zes lammeren en een ram; zij zullen zonder gebrek zijn.
En hij zal een spijsoffer bereiden, een efa bij een stier en een efa bij een ram, en bij de lammeren zoveel als zijn hand kan geven, en een hin olie bij een efa.
8En wanneer de vorst binnengaat, zal hij binnenkomen langs de weg van de voorhal van die poort, en langs dezelfde weg zal hij naar buiten gaan.
9Maar wanneer het volk van het land voor de HEERE verschijnt op de hoogtijden, zal hij die binnengaat langs de weg van de noordpoort om te aanbidden, naar buiten gaan langs de weg van de zuidpoort; en hij die binnengaat langs de weg van de zuidpoort, zal naar buiten gaan langs de weg van de noordpoort; hij zal niet terugkeren langs de weg van de poort waardoor hij binnengekomen is, maar zal er recht tegenover naar buiten gaan.
10En de vorst zal in hun midden zijn; wanneer zij ingaan, zal hij ingaan, en wanneer zij uitgaan, zal hij uitgaan.
11En bij de feesten en de hoogtijden zal het spijsoffer een efa zijn voor een jonge stier, en een efa voor een ram, en voor de lammeren zoveel als hij geven kan, en een hin olie voor elke efa.