Terug naar Ezechiël 5
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 5:7

Daarom zegt de Heer HEER aldus: Omdat u menigvuldiger geweest zijt dan de volken die rondom u zijn, en in mijn inzettingen niet gewandeld hebt, noch mijn rechten gehouden hebt, noch gedaan hebt naar de rechten van de volken die rondom u zijn;

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 5 — omringende verzen

2

Een derde deel zult u met vuur verbranden in het midden van de stad, wanneer de dagen van het beleg vervuld zijn; en een derde deel zult u nemen en er met een mes rondom op inhakken; en een derde deel zult u in de wind verstrooien, en Ik zal een zwaard achter hen uittrekken.

3

Neem ook een klein aantal daarvan en bind ze in uw rokspanden.

4

Neem dan daarvan opnieuw en werp ze in het midden van het vuur, en verbrand ze in het vuur; want daaruit zal een vuur uitgaan over heel het huis van Israël.

5

Zo zegt de Heer HEER: Dit is Jeruzalem; Ik heb het in het midden van de volken gesteld, en de landen zijn rondom haar.

6

En zij heeft mijn rechten in goddeloosheid veranderd, meer dan de volken, en mijn inzettingen meer dan de landen die rondom haar zijn; want zij hebben mijn rechten verworpen en mijn inzettingen, zij hebben daarin niet gewandeld.

7

Daarom zegt de Heer HEER aldus: Omdat u menigvuldiger geweest zijt dan de volken die rondom u zijn, en in mijn inzettingen niet gewandeld hebt, noch mijn rechten gehouden hebt, noch gedaan hebt naar de rechten van de volken die rondom u zijn;

8

Daarom zegt de Heer HEER aldus: Zie, Ik, ja Ik, ben tegen u, en Ik zal gerichten in uw midden uitvoeren voor de ogen van de volken.

9

En Ik zal aan u doen wat Ik nooit gedaan heb, en wat Ik ook nooit meer dergelijks doen zal, vanwege al uw gruwelen.

10

Daarom zullen de vaders de zonen in uw midden eten, en de zonen zullen hun vaders eten; en Ik zal gerichten aan u uitvoeren, en uw gehele overblijfsel zal Ik in alle winden verstrooien.

11

Daarom, zo waarlijk als Ik leef, zegt de Heer HEER: Voorwaar, omdat u mijn heiligdom verontreinigd hebt met al uw verfoeiselen en met al uw gruwelen, zal Ik u dan ook verminderen; en mijn oog zal niet sparen, en Ik zal geen medelijden hebben.

12

Een derde deel van u zal sterven aan de pest, en door de honger zullen zij in uw midden verteerd worden; een derde deel zal vallen door het zwaard rondom u; en een derde deel zal Ik in alle winden verstrooien, en Ik zal een zwaard achter hen uittrekken.