Ezra 10:1
“Nu, terwijl Ezra gebeden had en geleden had, wenend en zich neerwerpende voor het huis Gods, vergaderde zich tot hem uit Israël een zeer grote schare van mannen, vrouwen en kinderen; want het volk weende met groot geween.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezra 10 — omringende verzen
Nu, terwijl Ezra gebeden had en geleden had, wenend en zich neerwerpende voor het huis Gods, vergaderde zich tot hem uit Israël een zeer grote schare van mannen, vrouwen en kinderen; want het volk weende met groot geween.
En Sechanía, de zoon van Jehiël, een van de zonen van Elam, antwoordde en zeide tot Ezra: Wij hebben ontrouw gehandeld jegens onze God en vreemde vrouwen genomen van de volken des lands; maar nu is er hoop voor Israël aangaande deze zaak.
3Nu dan, laat ons een verbond maken met onze God om al de vrouwen weg te zenden, en de uit hen geborenen, naar de raad van mijn heer en van hen die beven voor het gebod van onze God; en laat het gedaan worden naar de wet.
4Sta op, want deze zaak behoort u toe; wij zullen ook met u zijn: wees moedig en doe het.
5Toen stond Ezra op en liet de overpriesters, de Levieten en heel Israël zweren dat zij naar dit woord zouden handelen. En zij zwoeren.
6Daarna stond Ezra op van voor het huis Gods en ging naar de kamer van Johanan, de zoon van Eliasib; en toen hij daar gekomen was, at hij geen brood en dronk hij geen water, want hij rouwde om de overtreding van hen die in ballingschap waren geweest.