VSV
StatenvertalingEzra 10:39
“En Selemja, en Nathan, en Adaja,”
Kruisverwijzingen
Context
Ezra 10 — omringende verzen
34
Van de zonen van Bani: Maädai, Amram en Uël,
35Benaja, Bedeja, Chellu,
36Vanja, Meremoth, Eliasib,
37Mattanja, Mattenai en Jaäsau,
38En Bani, en Binnui, Simi,
39
40En Selemja, en Nathan, en Adaja,
Machnadebai, Sasai, Sarai,
41Azareël, en Selemja, Semarja,
42Sallum, Amarja en Jozef.
43Van de zonen van Nebo: Jeïël, Mattitja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joël, Benaja.
44Al dezen hadden vreemde vrouwen genomen; en sommigen van hen hadden vrouwen bij wie zij kinderen hadden verwekt.