VSV
StatenvertalingEzra 2:30
“De kinderen van Magbis, honderd zes en vijftig.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezra 2 — omringende verzen
25
De kinderen van Kirjat-Arim, Kefira en Beërot, zevenhonderd drie en veertig.
26De kinderen van Rama en Geba, zeshonderd een en twintig.
27De mannen van Michmas, honderd twee en twintig.
28De mannen van Bethel en Ai, tweehonderd drie en twintig.
29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.
30
31De kinderen van Magbis, honderd zes en vijftig.
De kinderen van het andere Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.
32De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.
33De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.
34De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig.
35De kinderen van Senaä, drieduizend zeshonderd en dertig.