Ezra 8:10
“En van de zonen van Selomith: de zoon van Josifja, en met hem honderdenzestig mannen.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezra 8 — omringende verzen
Van de zonen van Sechanía: de zoon van Jahaziel, en met hem driehonderd mannen.
6Ook van de zonen van Adin: Ebed, de zoon van Jonatan, en met hem vijftig mannen.
7En van de zonen van Elam: Jesaja, de zoon van Atalia, en met hem zeventig mannen.
8En van de zonen van Sefatia: Zebadja, de zoon van Michaël, en met hem tachtig mannen.
9Van de zonen van Joab: Obadja, de zoon van Jehiël, en met hem tweehonderd achttien mannen.
En van de zonen van Selomith: de zoon van Josifja, en met hem honderdenzestig mannen.
En van de zonen van Bebai: Zacharia, de zoon van Bebai, en met hem achtentwintig mannen.
12En van de zonen van Azgad: Johanan, de zoon van Hakkatan, en met hem honderdtien mannen.
13En van de laatste zonen van Adonikam, wier namen deze zijn: Elifelet, Jeïel en Semaja, en met hen zestig mannen.
14Ook van de zonen van Bigvai: Uthai en Zabbud, en met hen zeventig mannen.
15En ik vergaderde hen aan de rivier die naar Ahava stroomt; en daar legerden wij ons drie dagen in tenten; en ik bezag het volk en de priesters, en vond daar geen van de zonen van Levi.