Terug naar Ezra 8
VSV
Statenvertaling

Ezra 8:33

Nu werden op de vierde dag het zilver en het goud en de vaten gewogen in het huis van onze God, door de hand van Meremoth, de zoon van Uria, de priester; en bij hem was Eleazar, de zoon van Pinehas; en bij hen waren Jozabad, de zoon van Jesua, en Noadja, de zoon van Binnuï, de Levieten;

Kruisverwijzingen

Context

Ezra 8 — omringende verzen

28

En ik zeide tot hen: Gij zijt heilig aan de HEER; de vaten zijn ook heilig, en het zilver en het goud zijn een vrijwillige gave aan de HEER, de God uwer vaderen.

29

Waakt en bewaart ze, totdat gij ze weegt voor het aangezicht van de hoofdpriestersen en de Levieten en de hoofden der vaderlijke geslachten van Israël, te Jeruzalem, in de kamers van het huis van de HEER.

30

Zo namen de priesters en de Levieten het gewogen zilver en goud en de vaten aan, om ze naar Jeruzalem te brengen, naar het huis van onze God.

31

Toen braken wij op van de rivier Ahava op de twaalfde dag van de eerste maand, om naar Jeruzalem te gaan; en de hand van onze God was over ons, en Hij verloste ons uit de hand van de vijand en van hen die ons op de weg lagen op te wachten.

32

En wij kwamen te Jeruzalem en verbleven daar drie dagen.

33

Nu werden op de vierde dag het zilver en het goud en de vaten gewogen in het huis van onze God, door de hand van Meremoth, de zoon van Uria, de priester; en bij hem was Eleazar, de zoon van Pinehas; en bij hen waren Jozabad, de zoon van Jesua, en Noadja, de zoon van Binnuï, de Levieten;

34

Naar getal en naar gewicht van elk stuk; en al het gewicht werd terzelfder tijd opgeschreven.

35

Ook brachten de kinderen van de ballingschap, die uit de gevangenschap gekomen waren, brandoffers aan de God van Israël: twaalf stieren voor gans Israël, zesennegentig rammen, zevenenzeventig lammeren, twaalf bokken tot een zondoffer; dit alles was een brandoffer aan de HEER.

36

En zij overhandigden de bevelen des konings aan des konings stadhouders en aan de landvoogden aan de overzijde van de rivier; en dezen bevorderden het volk en het huis Gods.