Terug naar Ezra 9
VSV
Statenvertaling

Ezra 9:2

Want zij hebben van hun dochters voor zichzelf en voor hun zonen genomen, zodat het heilige zaad zich vermengd heeft met de volken van die landen; ja, de hand der vorsten en oversten is de eerste geweest in deze trouweloosheid.

Kruisverwijzingen

Context

Ezra 9 — omringende verzen

1

Nu, nadat deze dingen gedaan waren, kwamen de vorsten tot mij en zeiden: Het volk van Israël en de priesters en de Levieten hebben zich niet afgezonderd van de volken der landen, maar doen naar hun gruwelen, namelijk van de Kanaänieten, de Hethieten, de Ferezieten, de Jebusieten, de Ammonieten, de Moabieten, de Egyptenaren en de Amorieten.

2

Want zij hebben van hun dochters voor zichzelf en voor hun zonen genomen, zodat het heilige zaad zich vermengd heeft met de volken van die landen; ja, de hand der vorsten en oversten is de eerste geweest in deze trouweloosheid.

3

En toen ik dit hoorde, verscheurde ik mijn kleed en mijn mantel, en trok het haar van mijn hoofd en van mijn baard uit, en zat neergeslagen.

4

Toen vergaderden zich tot mij allen die beefden voor de woorden van de God van Israël, vanwege de overtreding van de ballingen; en ik zat neergeslagen tot het avondoffer.

5

En bij het avondoffer stond ik op uit mijn rouw; en met mijn verscheurd kleed en mijn verscheurde mantel viel ik op mijn knieën en breidde mijn handen uit tot de HEER mijn God.

6

En zeide: O mijn God, ik ben beschaamd en durf mijn aangezicht niet tot U opheffen, mijn God; want onze ongerechtigheden zijn over ons hoofd heen gestegen, en onze schuld is opgegroeid tot aan de hemelen.

7

Van de dagen onzer vaderen af zijn wij in grote schuld tot op deze dag; en om onze ongerechtigheden zijn wij, onze koningen en onze priesters, overgeleverd in de hand van de koningen der landen, aan het zwaard, aan gevangenschap, aan plundering en aan schaamte des aangezichts, zoals het heden is.