Filippenzen 4:10
“Doch ik verblijdde mij in de Heer zeer, dat uw zorg voor mij nu eindelijk weder is opgebloeid; aan welke zorg gij ook gedacht hebt, maar de gelegenheid hebt u ontbroken.”
Kruisverwijzingen
Context
Filippenzen 4 — omringende verzen
Uw bescheidenheid zij alle mensen bekend. De Heer is nabij.
6Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw verzoeken in alles door gebed en smeking, met dankzegging, bekend worden bij God.
7En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en zinnen bewaren door Christus Jezus.
8Voorts, broeders, al wat waar is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat lieflijk is, al wat welluidend is; indien er enige deugd is, en indien er enige lof is, bedenkt deze dingen.
9Hetgeen gij zowel geleerd als ontvangen en gehoord en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn.
Doch ik verblijdde mij in de Heer zeer, dat uw zorg voor mij nu eindelijk weder is opgebloeid; aan welke zorg gij ook gedacht hebt, maar de gelegenheid hebt u ontbroken.
Niet dat ik spreek vanwege gebrek; want ik heb geleerd, in welke staat ik ook ben, vergenoegd te zijn.
12Ik weet te vernederen en ik weet te overvloeden; overal en in alle dingen ben ik onderwezen, zowel verzadigd te zijn als honger te lijden, zowel te overvloeden als gebrek te lijden.
13Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.
14Nochtans hebt gij er wel aan gedaan, dat gij mijn verdrukking hebt gedeeld.
15En gij, Filippenzen, weet ook dat in het begin van het Evangelie, toen ik van Macedonië vertrokken was, geen gemeente met mij heeft gemeenschap gehad wat het geven en ontvangen betreft, dan gij alleen.