Filippenzen 4:16
“Want ook te Thessalonica hebt gij eenmaal en andermaal naar mijn nood gezonden.”
Kruisverwijzingen
Context
Filippenzen 4 — omringende verzen
Niet dat ik spreek vanwege gebrek; want ik heb geleerd, in welke staat ik ook ben, vergenoegd te zijn.
12Ik weet te vernederen en ik weet te overvloeden; overal en in alle dingen ben ik onderwezen, zowel verzadigd te zijn als honger te lijden, zowel te overvloeden als gebrek te lijden.
13Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.
14Nochtans hebt gij er wel aan gedaan, dat gij mijn verdrukking hebt gedeeld.
15En gij, Filippenzen, weet ook dat in het begin van het Evangelie, toen ik van Macedonië vertrokken was, geen gemeente met mij heeft gemeenschap gehad wat het geven en ontvangen betreft, dan gij alleen.
Want ook te Thessalonica hebt gij eenmaal en andermaal naar mijn nood gezonden.
Niet dat ik een gave zoek; maar ik zoek de vrucht die voor uw rekening toeneemt.
18Maar ik heb alles ontvangen en ik heb overvloed; ik ben vervuld, nu ik van Epafroditus ontvangen heb hetgeen van u gezonden was, een welriekende reuk, een aangenaam offer, Gode welbehagelijk.
19Maar mijn God zal naar Zijn rijkdom in heerlijkheid vervullen al uw nood door Christus Jezus.
20Nu onze God en Vader zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
21Groet alle heiligen in Christus Jezus. De broeders die bij mij zijn groeten u.