Genesis 10:14
“En de Pathrusieten en de Kasluchieten, uit wie de Filistijnen zijn voortgekomen, en de Kaftorieten.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 10 — omringende verzen
Hij was een machtig jager voor het aangezicht des HEREN; daarom wordt gezegd: Zoals Nimrod, een machtig jager voor het aangezicht des HEREN.
10En het begin van zijn koninkrijk was Babel en Erech en Accad en Calne, in het land Sinear.
11Uit dat land is hij uitgegaan naar Assur en bouwde Ninevé en Rehobot-Ir en Kalach,
12En Resen, tussen Ninevé en Kalach; dat is de grote stad.
13En Mitzraïm verwekte de Ludieten en de Anamieten en de Lehabieten en de Naftuhieten,
En de Pathrusieten en de Kasluchieten, uit wie de Filistijnen zijn voortgekomen, en de Kaftorieten.
En Kanaän verwekte Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,
16En de Jebusiet en de Amoriet en de Girgasiet,
17En de Heviet en de Arkiet en de Siniet,
18En de Arvadiet en de Tsemariet en de Hamathiet; en daarna hebben de geslachten der Kanaänieten zich verspreid.
19En het gebied der Kanaänieten strekte zich van Sidon af, in de richting van Gerar, tot Gaza toe; en in de richting van Sodom en Gomorra en Adama en Tseboïm, tot Lasa toe.