VSV
StatenvertalingGenesis 10:3
“En de zonen van Gomer: Askenaz, Rifath en Togarma.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 10 — omringende verzen
1
Dit nu zijn de geslachten van de zonen van Noach: Sem, Cham en Jafeth; en hun werden zonen geboren na de vloed.
2De zonen van Jafeth: Gomer, Magog, Madai, Javan, Tubal, Mesech en Tiras.
3
4En de zonen van Gomer: Askenaz, Rifath en Togarma.
En de zonen van Javan: Elisa, Tarsis, Kittim en Dodanim.
5Van dezen werden de eilanden der volken verdeeld in hun landen, elk naar zijn taal, naar hun geslachten, in hun volken.
6En de zonen van Cham: Cusch en Mitzraïm en Put en Kanaän.
7En de zonen van Cusch: Seba en Havila en Sabta en Raäma en Sabtecha; en de zonen van Raäma: Scheba en Dedan.
8En Cusch verwekte Nimrod; hij begon een machtig heerser te worden op de aarde.