Genesis 13:10
“En Lot hief zijn ogen op en zag de hele vlakte van de Jordaan, dat die overal goed bewaterd was, voordat de HEER Sodom en Gomorra verwoest had, als de hof van de HEER, als het land Egypte, als u naar Zoar gaat.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 13 — omringende verzen
Ook Lot, die met Abram meegegaan was, had kleinvee en runderen en tenten.
6En het land kon hen niet dragen om samen te wonen, want hun bezittingen waren groot, zodat zij niet samen konden wonen.
7En er was twist tussen de herders van Abrams vee en de herders van Lots vee. En de Kanaänieten en de Perizzieten woonden toen in het land.
8En Abram zei tot Lot: Laat er toch geen twist zijn tussen mij en u, en tussen mijn herders en uw herders, want wij zijn broeders.
9Ligt niet het hele land voor u? Scheid u toch van mij; als u naar links gaat, dan zal ik naar rechts gaan; of als u naar rechts gaat, dan zal ik naar links gaan.
En Lot hief zijn ogen op en zag de hele vlakte van de Jordaan, dat die overal goed bewaterd was, voordat de HEER Sodom en Gomorra verwoest had, als de hof van de HEER, als het land Egypte, als u naar Zoar gaat.
Toen koos Lot voor zichzelf de hele vlakte van de Jordaan; en Lot reisde naar het oosten. Zo scheidden zij zich van elkaar.
12Abram woonde in het land Kanaän, en Lot woonde in de steden van de vlakte en sloeg zijn tenten op tot Sodom toe.
13Maar de mannen van Sodom waren boos en grote zondaars voor het aangezicht van de HEER.
14En de HEER zei tot Abram, nadat Lot zich van hem gescheiden had: Hef nu uw ogen op en zie vanuit de plaats waar u bent naar het noorden en naar het zuiden en naar het oosten en naar het westen;
15want al het land dat u ziet, zal Ik aan u geven en aan uw nageslacht, tot in eeuwigheid.