Genesis 15:19
“De Kenieten, en de Kenizzieten, en de Kadmonieten,”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 15 — omringende verzen
Maar ook dat volk, hetwelk zij dienen zullen, zal Ik oordelen; en daarna zullen zij uittrekken met grote have.
15En gij zult in vrede tot uw vaderen gaan; gij zult in een goede ouderdom begraven worden.
16Maar in het vierde geslacht zullen zij herwaarts wederkeren; want de ongerechtigheid der Amorieten is nog niet vol.
17En het geschiedde, toen de zon onderging en het donker was, zie, een rokende oven en een brandende fakkel die tussen die stukken doorging.
18Op die dag sloot de HEER een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat:
De Kenieten, en de Kenizzieten, en de Kadmonieten,
En de Hethieten, en de Feriezieten, en de Refaïeten,
21En de Amorieten, en de Kanaänieten, en de Girgasieten, en de Jebusieten.