Genesis 21:32
“Zo sloten zij een verbond te Beersheba; daarna stond Abimelech op, en Pichol, de bevelhebber van zijn leger, en zij keerden terug naar het land der Filistijnen.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 21 — omringende verzen
En Abraham nam schapen en runderen, en gaf ze aan Abimelech; en zij beiden sloten een verbond.
28En Abraham stelde zeven ooilammeren van de kudde apart.
29En Abimelech zei tot Abraham: Wat betekenen deze zeven ooilammeren, die gij apart gesteld hebt?
30En hij zei: Want deze zeven ooilammeren zult gij van mijn hand aannemen, opdat zij mij tot een getuigenis zijn, dat ik deze put gegraven heb.
31Daarom noemde hij die plaats Beersheba; want daar zwoeren zij beiden.
Zo sloten zij een verbond te Beersheba; daarna stond Abimelech op, en Pichol, de bevelhebber van zijn leger, en zij keerden terug naar het land der Filistijnen.
En Abraham plantte een boom in Beersheba, en riep daar de naam van de HEER aan, de eeuwige God.
34En Abraham vertoefde vele dagen in het land der Filistijnen.