VSV
StatenvertalingGenesis 22:24
“En zijn bijvrouw, wier naam Reüma was, baarde ook Tebah, en Gaham, en Tahash, en Maächa.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 22 — omringende verzen
19
Zo keerde Abraham terug tot zijn jonge mannen, en zij stonden op en gingen samen naar Beersheba; en Abraham bleef te Beersheba wonen.
20En het geschiedde na deze dingen, dat aan Abraham bericht werd: Zie, Milka heeft ook kinderen gebaard aan uw broeder Nahor;
21Uz, zijn eerstgeborene, en Buz, zijn broeder, en Kemuël, de vader van Aram,
22En Chesed, en Hazo, en Pildas, en Jidlaf, en Bethuël.
23En Bethuël verwekte Rebekka; deze acht baarde Milka aan Nahor, Abrahams broeder.
24
En zijn bijvrouw, wier naam Reüma was, baarde ook Tebah, en Gaham, en Tahash, en Maächa.