Genesis 24:1
“En Abraham was oud, en wel bedaard op leeftijd gekomen; en de HEER had Abraham in alles gezegend.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 24 — omringende verzen
En Abraham was oud, en wel bedaard op leeftijd gekomen; en de HEER had Abraham in alles gezegend.
En Abraham zei tot zijn oudste dienaar van zijn huis, die over al wat hij had gesteld was: Leg toch uw hand onder mijn heup;
3En ik zal u laten zweren bij de HEER, de God des hemels en de God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw zult nemen uit de dochters der Kanaänieten, onder wie ik woon;
4Maar dat gij naar mijn land en mijn maagschap gaat, en een vrouw voor mijn zoon Isaak neemt.
5En de dienaar zei tot hem: Wat als de vrouw mij niet wil volgen naar dit land; moet ik dan uw zoon terugbrengen naar het land vanwaar gij gekomen zijt?
6En Abraham zei tot hem: Wacht u ervoor, dat gij mijn zoon daarheen terugbrengt.