VSV
StatenvertalingGenesis 25:2
“En zij baarde hem Zimran, en Jokshan, en Medan, en Midian, en Ishbak, en Suah.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 25 — omringende verzen
1
En Abraham nam wederom een vrouw, en haar naam was Ketura.
2
3En zij baarde hem Zimran, en Jokshan, en Medan, en Midian, en Ishbak, en Suah.
En Jokshan verwekte Scheba en Dedan. En de zonen van Dedan waren Asshurim, en Letushim, en Leümmim.
4En de zonen van Midian: Efa, en Efer, en Hanoch, en Abida, en Elda. Dit alles waren de kinderen van Ketura.
5En Abraham gaf alles wat hij had aan Izak.
6Maar aan de zonen van de bijwijven die Abraham had, gaf Abraham geschenken, en hij zond hen weg van zijn zoon Izak, terwijl hij nog leefde, naar het oosten, naar het oosterse land.
7En dit zijn de dagen van de jaren van Abrahams leven, die hij geleefd heeft: honderdvijfenzeventig jaar.