Terug naar Genesis 31
VSV
Statenvertaling

Genesis 31:13

Ik ben de God van Bethel, waar u de pilaar gezalfd hebt en waar u Mij een gelofte gedaan hebt; sta nu op, vertrek uit dit land en keer terug naar het land van uw verwanten.

Kruisverwijzingen

Context

Genesis 31 — omringende verzen

8

Als hij aldus zei: De gespikkelde zullen uw loon zijn, dan baarden alle dieren gespikkeld; en als hij aldus zei: De gestreepte zullen uw loon zijn, dan baarden alle dieren gestreept.

9

Zo heeft God de kudden van uw vader weggenomen en aan mij gegeven.

10

En het gebeurde ten tijde dat de dieren ontvingen, dat ik mijn ogen opsloeg en in een droom zag, en zie, de rammen die op de dieren sprongen waren gestreept, gespikkeld en grijsgespikkeld.

11

En de engel Gods sprak tot mij in een droom en zei: Jakob! En ik zei: Hier ben ik.

12

En hij zei: Sla nu uw ogen op en zie, alle rammen die op de dieren springen zijn gestreept, gespikkeld en grijsgespikkeld; want Ik heb alles gezien wat Laban u aandoet.

13

Ik ben de God van Bethel, waar u de pilaar gezalfd hebt en waar u Mij een gelofte gedaan hebt; sta nu op, vertrek uit dit land en keer terug naar het land van uw verwanten.

14

En Rachel en Lea antwoordden en zeiden tot hem: Is er nog enig deel of erfdeel voor ons in het huis van onze vader?

15

Worden wij door hem niet als vreemdelingen beschouwd? Want hij heeft ons verkocht en ons geld ook geheel verteerd.

16

Want al de rijkdom die God van onze vader weggenomen heeft, die is van ons en van onze kinderen; doe nu dan alles wat God u gezegd heeft.

17

Toen stond Jakob op en zette zijn zonen en zijn vrouwen op kamelen.

18

En hij voerde al zijn vee mee, en al zijn goederen die hij verworven had, de kudde die hij had vergaard, die hij in Paddan-Aram vergaard had, om naar zijn vader Izak te gaan in het land Kanaän.