VSV
StatenvertalingGenesis 32:1
“En Jakob ging op zijn weg, en de engelen Gods ontmoetten hem.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 32 — omringende verzen
1
2En Jakob ging op zijn weg, en de engelen Gods ontmoetten hem.
En toen Jakob hen zag, zei hij: Dit is het leger van God; en hij noemde de naam van die plaats Mahanaïm.
3En Jakob zond boden voor zich uit naar Ezau, zijn broeder, naar het land Seïr, het land van Edom.
4En hij gebood hun en zei: Zo zult u spreken tot mijn heer Ezau: Uw knecht Jakob zegt aldus: Ik heb als vreemdeling bij Laban gewoond en ben daar gebleven tot nu toe;
5En ik heb runderen en ezels, schapen en knechten en dienstmaagden; en ik heb gezonden om het mijn heer te laten weten, opdat ik genade in uw ogen vinde.
6En de boden keerden terug tot Jakob en zeiden: Wij kwamen bij uw broeder Ezau, en ook komt hij u tegemoet, en vierhonderd man met hem.