Terug naar Genesis 32
VSV
Statenvertaling

Genesis 32:13

En hij overnachtte daar diezelfde nacht en nam van wat hem ter hand was een geschenk voor Ezau, zijn broeder;

Kruisverwijzingen

Context

Genesis 32 — omringende verzen

8

En hij zei: Als Ezau op de ene troep komt en die verslaat, dan zal de andere troep die overblijft ontkomen.

9

En Jakob zei: O God van mijn vader Abraham, en God van mijn vader Izak, o HEER, Die tot mij gezegd hebt: Keer terug naar uw land en naar uw familie, en Ik zal u weldoen;

10

Ik ben te gering voor al de gunstbewijzen en voor al de trouw die U aan uw knecht bewezen hebt; want met mijn staf trok ik over deze Jordaan, en nu ben ik twee troepen geworden.

11

Red mij toch uit de hand van mijn broeder, uit de hand van Ezau; want ik vrees hem, dat hij misschien zal komen en mij verslaan, de moeder met de kinderen.

12

En U hebt gezegd: Ik zal u zeker weldoen en uw nageslacht maken als het zand der zee, dat vanwege de menigte niet geteld kan worden.

13

En hij overnachtte daar diezelfde nacht en nam van wat hem ter hand was een geschenk voor Ezau, zijn broeder;

14

Tweehonderd geiten en twintig bokken, tweehonderd ooien en twintig rammen,

15

Dertig zogende kamelen met hun veulens, veertig koeien en tien stieren, twintig ezelinnen en tien jonge ezels.

16

En hij gaf ze in de hand van zijn knechten, elke kudde afzonderlijk, en zei tot zijn knechten: Trek vóór mij uit en laat een ruimte zijn tussen de ene kudde en de andere kudde.

17

En hij gebood de voorste en zei: Wanneer mijn broeder Ezau u ontmoet en u vraagt: Van wie zijt u? en: Waar gaat u heen? en: Van wie zijn deze voor u uit?

18

Dan zult u zeggen: Van uw knecht Jakob; het is een geschenk, gezonden aan mijn heer Ezau; en zie, ook is hij achter ons.