Genesis 32:31
“En toen hij over Penuël getrokken was, ging de zon over hem op, en hij hinkte op zijn heup.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 32 — omringende verzen
En Hij zei: Laat Mij gaan, want de dag breekt aan. En hij zei: Ik laat U niet gaan, tenzij U mij zegent.
27En Hij zei tot hem: Wat is uw naam? En hij zei: Jakob.
28En Hij zei: Uw naam zal niet meer Jakob heten, maar Israël; want als een vorst hebt u met God en met mensen gestreden, en hebt overwonnen.
29En Jakob vroeg Hem en zei: Zeg mij toch Uw naam. En Hij zei: Waarom vraagt u naar Mijn naam? En Hij zegende hem daar.
30En Jakob noemde de naam van die plaats Peniël; want ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered.
En toen hij over Penuël getrokken was, ging de zon over hem op, en hij hinkte op zijn heup.
Daarom eten de kinderen Israëls tot op deze dag de heupzenuw niet, die op de holte van het heupgewricht zit; omdat Hij de holte van Jakobs heup had aangeraakt, aan de heupzenuw.