VSV
StatenvertalingGenesis 33:1
“En Jakob hief zijn ogen op en zag, en zie, Esau kwam, en met hem vierhonderd man. En hij verdeelde de kinderen over Lea, over Rachel en over de twee dienstmaagden.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 33 — omringende verzen
1
2En Jakob hief zijn ogen op en zag, en zie, Esau kwam, en met hem vierhonderd man. En hij verdeelde de kinderen over Lea, over Rachel en over de twee dienstmaagden.
En hij stelde de dienstmaagden en hun kinderen vooraan, en Lea met haar kinderen daarna, en Rachel en Jozef achteraan.
3En hij zelf ging voor hen uit en boog zich zevenmaal ter aarde, totdat hij zijn broeder naderde.
4En Esau liep hem tegemoet, omhelsde hem, viel hem om de hals en kuste hem; en zij weenden.
5En hij hief zijn ogen op en zag de vrouwen en de kinderen, en zei: Wie zijn dezen bij u? En hij zei: De kinderen die God uw knecht genadiglijk geschonken heeft.
6Toen naderden de dienstmaagden, zij en haar kinderen, en zij bogen zich neer.