Genesis 34:14
“En zij zeiden tot hen: Wij kunnen dit niet doen, onze zuster geven aan iemand die onbesneden is; want dat zou ons een schande zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 34 — omringende verzen
En huwt met ons; geef uw dochters aan ons en neemt onze dochters voor u.
10En gij zult bij ons wonen; het land zal voor u open zijn; woont en handelt daarin en verwerft er bezittingen.
11En Sichem zei tot haar vader en tot haar broeders: Laat mij genade vinden in uw ogen, en wat gij mij zegt zal ik geven.
12Vraagt van mij nog zo veel bruidsprijs en geschenk, en ik zal geven naar wat gij mij zegt; maar geeft mij de jonge vrouw tot vrouw.
13En de zonen van Jakob gaven Sichem en zijn vader Hamor bedrieglijk antwoord, omdat hij hun zuster Dina had onteerd.
En zij zeiden tot hen: Wij kunnen dit niet doen, onze zuster geven aan iemand die onbesneden is; want dat zou ons een schande zijn.
Maar hierin zullen wij u ter wille zijn: als gij zult zijn zoals wij, dat al uw mannen besneden worden;
16Dan zullen wij onze dochters aan u geven, en uw dochters zullen wij voor ons nemen, en wij zullen bij u wonen en wij zullen één volk worden.
17Maar indien gij niet naar ons wilt luisteren om besneden te worden, dan zullen wij onze dochter nemen en wij zullen heengaan.
18En hun woorden behaagden Hamor en Sichem, de zoon van Hamor.
19En de jongeman aarzelde niet dit te doen, want hij had behagen in de dochter van Jakob; en hij was meer geëerd dan het gehele huis van zijn vader.