VSV
StatenvertalingGenesis 38:1
“En het geschiedde te dien tijde, dat Juda van zijn broeders wegging en zijn intrek nam bij een zekere Adullamiet, wiens naam Hira was.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 38 — omringende verzen
1
2En het geschiedde te dien tijde, dat Juda van zijn broeders wegging en zijn intrek nam bij een zekere Adullamiet, wiens naam Hira was.
En Juda zag daar de dochter van een zekere Kanaäniet, wiens naam Sua was; en hij nam haar en ging tot haar in.
3En zij ontving en baarde een zoon; en hij noemde zijn naam Er.
4En zij ontving wederom en baarde een zoon; en zij noemde zijn naam Onan.
5En zij ontving nog eens en baarde een zoon; en noemde zijn naam Sela: en hij was in Chezib, toen zij hem baarde.
6En Juda nam een vrouw voor Er, zijn eerstgeborene, wier naam Tamar was.