Genesis 4:23
“En Lamech zeide tot zijn vrouwen: Ada en Zilla, hoort mijn stem; vrouwen van Lamech, neemt mijn rede ter ore: want ik heb een man gedood tot mijn wonde, en een jongeling tot mijn kwetsuur.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 4 — omringende verzen
En aan Henoch werd Irad geboren; en Irad verwekte Mechujaël; en Mechujaël verwekte Methusaël; en Methusaël verwekte Lamech.
19En Lamech nam zich twee vrouwen: de naam van de ene was Ada, en de naam van de andere was Zilla.
20En Ada baarde Jabal; hij was de vader van hen die in tenten wonen en vee houden.
21En de naam van zijn broeder was Jubal; hij was de vader van allen die de harp en de fluit bespelen.
22En Zilla, ook zij baarde Tubal-Kaïn, een leermeester van iedere smid in koper en ijzer; en de zuster van Tubal-Kaïn was Naäma.
En Lamech zeide tot zijn vrouwen: Ada en Zilla, hoort mijn stem; vrouwen van Lamech, neemt mijn rede ter ore: want ik heb een man gedood tot mijn wonde, en een jongeling tot mijn kwetsuur.
Indien Kaïn zevenvoudig gewroken zal worden, dan Lamech zeventig en zevenvoudig.
25En Adam bekende zijn vrouw wederom; en zij baarde een zoon en noemde zijn naam Seth: want God, zeide zij, heeft mij een ander zaad gesteld in de plaats van Abel, dien Kaïn doodde.
26En aan Seth, ook aan hem werd een zoon geboren; en hij noemde zijn naam Enos; toen begonnen de mensen de naam van de HEER aan te roepen.