Genesis 6:12
“En God zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 6 — omringende verzen
En de HEER zeide: Ik zal de mens, dien Ik geschapen heb, verdelgen van het aanschijn der aarde; de mens zowel als het vee, en het kruipende gedierte, en de vogelen des hemels; want het berouwt Mij dat Ik hen gemaakt heb.
8Maar Noach vond genade in de ogen van de HEER.
9Dit zijn de geslachten van Noach: Noach was een rechtvaardig en oprecht man onder zijn tijdgenoten; Noach wandelde met God.
10En Noach verwekte drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.
11De aarde nu was verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vol geweld.
En God zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.
En God zeide tot Noach: Het einde van al het vlees is voor Mij gekomen; want de aarde is door hen vervuld met geweld; en zie, Ik zal hen met de aarde verderven.
14Maak u een ark van goperhout; kamers zult gij in de ark maken, en gij zult haar van binnen en van buiten met pek besmeren.
15En dit is de maat waarnaar gij haar maken zult: De lengte van de ark zal driehonderd ellen zijn, haar breedte vijftig ellen en haar hoogte dertig ellen.
16Een venster zult gij aan de ark maken, en op een el van boven zult gij die voltooien; de deur van de ark zult gij in haar zijde zetten; met een onderste, een tweede en een derde verdieping zult gij haar maken.
17En zie, Ik, Ik zal een vloed van wateren over de aarde brengen, om al het vlees te verderven waarin de adem des levens is, van onder den hemel; al wat op de aarde is zal sterven.