Genesis 6:18
“Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de ark gaan, gij en uw zonen en uw vrouw en de vrouwen uwer zonen met u.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 6 — omringende verzen
En God zeide tot Noach: Het einde van al het vlees is voor Mij gekomen; want de aarde is door hen vervuld met geweld; en zie, Ik zal hen met de aarde verderven.
14Maak u een ark van goperhout; kamers zult gij in de ark maken, en gij zult haar van binnen en van buiten met pek besmeren.
15En dit is de maat waarnaar gij haar maken zult: De lengte van de ark zal driehonderd ellen zijn, haar breedte vijftig ellen en haar hoogte dertig ellen.
16Een venster zult gij aan de ark maken, en op een el van boven zult gij die voltooien; de deur van de ark zult gij in haar zijde zetten; met een onderste, een tweede en een derde verdieping zult gij haar maken.
17En zie, Ik, Ik zal een vloed van wateren over de aarde brengen, om al het vlees te verderven waarin de adem des levens is, van onder den hemel; al wat op de aarde is zal sterven.
Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de ark gaan, gij en uw zonen en uw vrouw en de vrouwen uwer zonen met u.
En van alle levende wezens, van al het vlees, zult gij twee van elk soort in de ark brengen, om ze met u in het leven te behouden; zij zullen mannetje en wijfje zijn.
20Van het gevogelte naar zijn soort, en van het vee naar zijn soort, van al het kruipende gedierte der aarde naar zijn soort, twee van elk soort zullen tot u komen, om ze in het leven te behouden.
21En neem van alle spijs die gegeten wordt, en vergader die bij u; en zij zal tot voedsel zijn voor u en voor hen.
22Zo deed Noach; naar alles wat God hem geboden had, zo deed hij.