Genesis 7:13
“Op diezelfde dag gingen Noach en Sem en Cham en Jafeth, de zonen van Noach, en de vrouw van Noach en de drie vrouwen zijner zonen met hen, in de ark;”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 7 — omringende verzen
Van het reine vee en van het vee dat niet rein is, en van het gevogelte, en van al wat op de aarde kruipt,
9Gingen er twee en twee tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, zoals God Noach geboden had.
10En het geschiedde na zeven dagen, dat de wateren van de vloed over de aarde kwamen.
11In het zeshonderdste jaar van Noachs leven, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op diezelfde dag werden alle fonteinen van de grote diepte gespleten, en de sluizen des hemels werden geopend.
12En de regen was veertig dagen en veertig nachten op de aarde.
Op diezelfde dag gingen Noach en Sem en Cham en Jafeth, de zonen van Noach, en de vrouw van Noach en de drie vrouwen zijner zonen met hen, in de ark;
Zij, en al het gedierte naar zijn soort, en al het vee naar zijn soort, en al het kruipende gedierte dat op de aarde kruipt naar zijn soort, en al het gevogelte naar zijn soort, alle vogels van allerlei slag.
15En zij gingen tot Noach in de ark, twee en twee van al het vlees, waarin de adem des levens is.
16En die ingingen, gingen mannetje en wijfje in van al het vlees, zoals God hem geboden had; en de HEER sloot hem in.
17En de vloed was veertig dagen op de aarde; en de wateren namen toe en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde.
18En de wateren namen de overhand en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark dreef op het aanschijn der wateren.