Genesis 7:21
“En al het vlees stierf dat zich op de aarde bewoog, zowel het gevogelte als het vee, de wilde dieren en al het kruipend gedierte dat op de aarde kruipt, en ook alle mensen.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 7 — omringende verzen
En die ingingen, gingen mannetje en wijfje in van al het vlees, zoals God hem geboden had; en de HEER sloot hem in.
17En de vloed was veertig dagen op de aarde; en de wateren namen toe en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde.
18En de wateren namen de overhand en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark dreef op het aanschijn der wateren.
19En de wateren namen geweldig de overhand op de aarde; en alle hoge heuvelen, die onder de ganse hemel zijn, werden bedekt.
20Vijftien ellen daarboven namen de wateren de overhand; en de bergen werden bedekt.
En al het vlees stierf dat zich op de aarde bewoog, zowel het gevogelte als het vee, de wilde dieren en al het kruipend gedierte dat op de aarde kruipt, en ook alle mensen.
Allen in wier neusgaten de adem des levens was, van alles wat op het droge land was, stierven.
23En al wat leefde op het oppervlak van de aardbodem werd verdelgd: de mensen, het vee, het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels; zij werden van de aarde verdelgd. Alleen Noach bleef over, en zij die bij hem in de ark waren.
24En de wateren hadden de overhand op de aarde honderdvijftig dagen lang.