Habakuk 2:18
“Wat baat het gesneden beeld dat zijn maker het gesneden heeft, het gegoten beeld en een leugenleraar, dat de maker van zijn maaksel daarop vertrouwt om stomme afgoden te maken?”
Kruisverwijzingen
Context
Habakuk 2 — omringende verzen
Zie, is het niet van de HEER der heerscharen dat de volken arbeiden voor het vuur en de volkeren zich afmatten voor niets?
14Want de aarde zal vervuld worden met de kennis van de heerlijkheid des HEREN, zoals de wateren de bodem der zee bedekken.
15Wee hem die zijn naaste te drinken geeft, die uw wijnzak daarbij voegt en hem ook dronken maakt, opdat u naar hun naaktheid kijkt!
16U bent verzadigd met schande in plaats van eer; drink ook u, en laat uw voorhuid ontbloot worden! De beker van de rechterhand des HEREN zal tot u komen, en schandelijke uitspuwing zal op uw heerlijkheid zijn.
17Want het geweld van de Libanon zal u bedekken, en de verwoesting der beesten zal hen verschrikken, om het bloed der mensen en om het geweld tegen het land, de stad en allen die daarin wonen.
Wat baat het gesneden beeld dat zijn maker het gesneden heeft, het gegoten beeld en een leugenleraar, dat de maker van zijn maaksel daarop vertrouwt om stomme afgoden te maken?
Wee hem die tot het hout zegt: Word wakker! Tot de zwijgende steen: Sta op, hij zal leren! Zie, het is overtrokken met goud en zilver, en er is in het geheel geen adem in het midden ervan.
20Maar de HEER is in Zijn heilige tempel; heel de aarde zwijge voor Zijn aangezicht.