Haggaï 2:4
“Maar wees nu sterk, o Zerubbabel, zegt de HEER; en wees sterk, o Jozua, zoon van Jozadak, de hogepriester; en weest sterk, gij gans volk des lands, zegt de HEER, en werk: want Ik ben met u, zegt de HEER der heerscharen.”
Kruisverwijzingen
Context
Haggaï 2 — omringende verzen
In de zevende maand, op de eenentwintigste dag van de maand, kwam het woord des HEREN door de profeet Haggaï, zeggende:
2Spreek nu tot Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, de gouverneur van Juda, en tot Jozua, de zoon van Jozadak, de hogepriester, en tot het overblijfsel des volks, zeggende:
3Wie is er onder u overgebleven die dit huis in zijn vroegere heerlijkheid heeft gezien? En hoe ziet gij het nu? Is het in uw ogen niet als niets in vergelijking daarmee?
Maar wees nu sterk, o Zerubbabel, zegt de HEER; en wees sterk, o Jozua, zoon van Jozadak, de hogepriester; en weest sterk, gij gans volk des lands, zegt de HEER, en werk: want Ik ben met u, zegt de HEER der heerscharen.
Overeenkomstig het woord dat Ik met u verbonden heb toen gij uit Egypte trok, zo blijft Mijn Geest in uw midden: vreest niet.
6Want zo zegt de HEER der heerscharen: Nog eenmaal, over een korte tijd, zal Ik de hemelen en de aarde, en de zee en het droge doen beven;
7en Ik zal alle heidenvolken doen beven, en de Begeerde van alle heidenvolken zal komen; en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, zegt de HEER der heerscharen.
8Het zilver is het Mijne, en het goud is het Mijne, zegt de HEER der heerscharen.
9De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter zijn dan die van het eerste, zegt de HEER der heerscharen; en in deze plaats zal Ik vrede geven, zegt de HEER der heerscharen.