Handelingen 11:9
“Maar de stem antwoordde mij andermaal uit de hemel: Wat God gereinigd heeft, dat noem gij niet gemeen.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 11 — omringende verzen
Maar Petrus legde hun de zaak van het begin af aan nauwkeurig uit en zei:
5Ik was in de stad Joppe aan het bidden; en in een vervoering zag ik een gezicht, namelijk een zeker vat neerdalen, als een groot laken, dat van de vier hoeken uit de hemel neergelaten werd, en het kwam tot bij mij.
6Toen ik mijn ogen daarop gericht had, beschouwde ik het en zag viervoetige dieren der aarde, en wilde dieren, en kruipende dieren, en vogels des hemels.
7En ik hoorde een stem die tot mij zei: Sta op, Petrus; slacht en eet.
8Maar ik zei: Geenszins, Heer; want nooit is er iets gemeens of onreins in mijn mond ingegaan.
Maar de stem antwoordde mij andermaal uit de hemel: Wat God gereinigd heeft, dat noem gij niet gemeen.
En dit geschiedde drie maal; en alles werd weder opgetrokken naar de hemel.
11En zie, terstond stonden er drie mannen voor het huis waar ik was, die vanuit Caesarea naar mij gezonden waren.
12En de Geest zei mij met hen mee te gaan, zonder te twijfelen. En ook deze zes broeders gingen met mij mee, en wij gingen het huis van die man binnen:
13En hij vertelde ons hoe hij een engel in zijn huis had gezien, die daar stond en tot hem zei: Zend mannen naar Joppe en ontbied Simon, wiens bijnaam Petrus is;
14Die tot u woorden zal spreken, waardoor gij en uw gehele huis behouden zult worden.