Handelingen 12:2
“En hij doodde Jakobus, de broeder van Johannes, met het zwaard.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 12 — omringende verzen
Omstreeks die tijd sloeg de koning Herodes de hand aan om enigen van de gemeente te mishandelen.
En hij doodde Jakobus, de broeder van Johannes, met het zwaard.
En omdat hij zag dat het de Joden behaagde, ging hij verder om ook Petrus te grijpen. (Het waren toen de dagen van de ongezuurde broden.)
4En toen hij hem gegrepen had, wierp hij hem in de gevangenis, en gaf hem over aan vier wachten, elk van vier soldaten, om hem te bewaken; voornemende hem na het Paasfeest voor het volk te brengen.
5Petrus werd dan in de gevangenis bewaard; maar door de gemeente werd zonder ophouden tot God voor hem gebeden.
6En toen Herodes hem zou voorbrengen, sliep Petrus diezelfde nacht tussen twee soldaten, gebonden met twee ketenen; en de wachters voor de deur bewaakten de gevangenis.
7En zie, een engel van de Heer verscheen hem, en een licht scheen in de gevangenis; en hij sloeg Petrus op de zijde en wekte hem op, zeggende: Sta snel op. En zijn ketenen vielen van zijn handen.