Terug naar Handelingen 21
VSV
Statenvertaling

Handelingen 21:27

En toen de zeven dagen bijna ten einde waren, zagen de Joden uit Azië hem in de tempel en brachten al het volk in opschudding, en sloegen de handen aan hem,

Kruisverwijzingen

Context

Handelingen 21 — omringende verzen

22

Wat is het dan? De menigte zal zeker samenkomen, want zij zullen horen dat gij gekomen zijt.

23

Doe dan dit wat wij u zeggen: Wij hebben vier mannen die een gelofte op zich hebben;

24

neem hen mee en reinig u met hen, en draag de kosten voor hen, opdat zij hun hoofd mogen scheren; en allen zullen weten dat die dingen, waarover zij aangaande u ingelicht zijn, niets zijn, maar dat gij ook zelf ordelijk wandelt en de wet onderhoudt.

25

Maar aangaande de heidenen die geloven, hebben wij geschreven en besloten dat zij geen zodanig ding in acht nemen, behalve alleen dat zij zich wachten van afgodenoffer, en van bloed, en van het verstikte, en van hoererij.

26

Toen nam Paulus de mannen en reinigde zich de volgende dag met hen, en ging de tempel binnen, om de vervulling der dagen der reiniging aan te kondigen, totdat voor een ieder van hen het offer gebracht zou zijn.

27

En toen de zeven dagen bijna ten einde waren, zagen de Joden uit Azië hem in de tempel en brachten al het volk in opschudding, en sloegen de handen aan hem,

28

roepende: Mannen Israëls, helpt! Dit is de man die overal allen leert tegen het volk, en de wet, en deze plaats; en bovendien heeft hij ook Grieken in de tempel gebracht en deze heilige plaats ontheiligd.

29

Want zij hadden te voren Trofimus, de Efeziër, met hem in de stad gezien, die zij meenden dat Paulus in de tempel gebracht had.

30

En de gehele stad kwam in beweging en het volk liep samen; en zij grepen Paulus en sleepten hem buiten de tempel; en terstond werden de deuren gesloten.

31

En terwijl zij hem trachtten te doden, kwam er bericht tot de overste van de legerafdeling, dat geheel Jeruzalem in opschudding was.

32

Die onmiddellijk krijgsvolk en honderdmannen meenam en bij hen neerliep; en toen zij de overste en de krijgslieden zagen, hielden zij op Paulus te slaan.