Handelingen 24:9
“En de Joden stemden ook in, zeggende dat deze dingen zo waren.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 24 — omringende verzen
Maar opdat ik u niet langer ophoud, bid ik u dat u ons in uw goedheid een kort woord wilt aanhoren.
5Want wij hebben bevonden dat deze man een pest is, en een ophitser tot opstand onder alle Joden over de gehele wereld, en een aanvoerder van de sekte der Nazarenen,
6die ook geprobeerd heeft de tempel te ontheiligen; hem hebben wij gegrepen en wilden hem oordelen naar onze wet.
7Maar de overste Lysías kwam tussenbeide en rukte hem met groot geweld uit onze handen,
8en beval zijn aanklagers naar u te komen. Door hem zelf te onderzoeken kunt u kennis nemen van al deze dingen waarvan wij hem beschuldigen.'
En de Joden stemden ook in, zeggende dat deze dingen zo waren.
Toen antwoordde Paulus, nadat de gouverneur hem een teken had gegeven om te spreken: 'Omdat ik weet dat u al vele jaren rechter over dit volk bent, verdedig ik mij des te geruster:
11want u kunt nagaan dat er nog maar twaalf dagen verlopen zijn sedert ik naar Jeruzalem ging om te aanbidden.
12En zij hebben mij noch in de tempel gevonden terwijl ik met iemand redetwistte, noch het volk ophitste, noch in de synagogen, noch in de stad.
13Evenmin kunnen zij bewijzen wat zij nu tegen mij aanvoeren.
14Maar dit beken ik u: dat ik naar de weg die zij ketterij noemen, zo de God van mijn vaderen dien, gelovende alles wat geschreven staat in de wet en de profeten,