Handelingen 27:9
“Toen er nu veel tijd verstreken was en de vaart gevaarlijk was geworden, omdat de vastendag al voorbij was, vermaande Paulus hen,”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 27 — omringende verzen
En toen wij vandaar waren uitgevaren, voeren wij onder Cyprus langs, omdat de winden ons tegen waren.
5En nadat wij over de zee van Cilicië en Pamfylië gevaren hadden, kwamen wij te Myra, een stad van Lycië.
6En daar vond de hoofdman een schip uit Alexandrië dat naar Italië voer, en hij bracht ons daarin.
7En nadat wij verscheidene dagen langzaam gevaren hadden en nauwelijks ter hoogte van Knidus waren gekomen, omdat de wind ons niet toeliet verder te gaan, voeren wij onder Kreta langs, ter hoogte van Salmone;
8en na het met moeite te zijn omgevaren, kwamen wij bij een plaats die Schone Havens genoemd wordt, in de buurt waarvan de stad Lasea lag.
Toen er nu veel tijd verstreken was en de vaart gevaarlijk was geworden, omdat de vastendag al voorbij was, vermaande Paulus hen,
en zei tot hen: Mannen, ik zie in dat deze reis met schade en groot verlies zal gepaard gaan, niet alleen van de lading en het schip, maar ook van ons leven.
11Maar de hoofdman geloofde de stuurman en de eigenaar van het schip meer dan hetgeen door Paulus gezegd werd.
12En omdat de haven niet geschikt was om er de winter door te brengen, adviseerde het merendeel vandaar te vertrekken om zo mogelijk Feniks te bereiken en daar te overwinteren, een haven van Kreta die naar het zuidwesten en noordwesten is geopend.
13En toen er een zachte zuidenwind opstak, meenden zij hun doel bereikt te hebben; zij lichtten het anker en voeren dicht langs Kreta.
14Maar niet lang daarna stak er een stormachtige wind op die Euroklydon genaamd wordt.