Terug naar Handelingen 7
VSV
Statenvertaling

Handelingen 7:38

Dit is hij die in de gemeente in de woestijn was met de engel die tot hem sprak op de berg Sinaï, en met onze vaders; die de levende woorden ontving om die aan ons te geven.

Kruisverwijzingen

Context

Handelingen 7 — omringende verzen

33

Toen zei de Heer tot hem: Doe uw schoenen van uw voeten af, want de plaats waarop u staat, is heilige grond.

34

Ik heb gezien, Ik heb de verdrukking van Mijn volk dat in Egypte is gezien, en Ik heb hun gekerm gehoord, en ben nedergekomen om hen te verlossen. En nu kom, Ik zal u naar Egypte zenden.

35

Deze Mozes die zij verwierpen, zeggende: Wie heeft u tot een heerser en rechter gesteld? — diezelfde heeft God gezonden om een heerser en verlosser te zijn, door de hand van de engel die hem in de doornstruik verschenen was.

36

Hij leidde hen uit, nadat hij wonderen en tekenen had gedaan in het land Egypte, en in de Rode Zee, en in de woestijn, veertig jaar lang.

37

Dit is de Mozes die tot de kinderen Israëls gezegd heeft: Een profeet zal de Heer, uw God, u verwekken uit uw broeders, gelijk mij; Hem zult u horen.

38

Dit is hij die in de gemeente in de woestijn was met de engel die tot hem sprak op de berg Sinaï, en met onze vaders; die de levende woorden ontving om die aan ons te geven.

39

Aan hem wilden onze vaders niet gehoorzaam zijn, maar zij wezen hem af, en keerden zich in hun hart weer naar Egypte,

40

Zeggende tot Aäron: Maak ons goden die voor ons uit zullen gaan; want wat deze Mozes betreft, die ons uit het land Egypte geleid heeft, wij weten niet wat er van hem geworden is.

41

En zij maakten in die dagen een kalf, en brachten een offer aan het afgodbeeld, en verheugden zich in de werken van hun eigen handen.

42

Toen wendde God Zich af en gaf hen over om het heir des hemels te dienen, zoals geschreven staat in het boek der profeten: Hebt u Mij, huis Israëls, slachtoffers en offers gebracht gedurende veertig jaar in de woestijn?

43

Ja, u hebt de tabernakel van Moloch opgenomen, en de ster van uw god Remfan, beelden die u gemaakt hebt om die te aanbidden; en Ik zal u wegvoeren tot voorbij Babel.