Handelingen 7:44
“Onze vaders hadden de tabernakel der getuigenis in de woestijn, zoals Hij bevolen had, sprekende tot Mozes, dat hij die zou maken naar het voorbeeld dat hij gezien had.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 7 — omringende verzen
Aan hem wilden onze vaders niet gehoorzaam zijn, maar zij wezen hem af, en keerden zich in hun hart weer naar Egypte,
40Zeggende tot Aäron: Maak ons goden die voor ons uit zullen gaan; want wat deze Mozes betreft, die ons uit het land Egypte geleid heeft, wij weten niet wat er van hem geworden is.
41En zij maakten in die dagen een kalf, en brachten een offer aan het afgodbeeld, en verheugden zich in de werken van hun eigen handen.
42Toen wendde God Zich af en gaf hen over om het heir des hemels te dienen, zoals geschreven staat in het boek der profeten: Hebt u Mij, huis Israëls, slachtoffers en offers gebracht gedurende veertig jaar in de woestijn?
43Ja, u hebt de tabernakel van Moloch opgenomen, en de ster van uw god Remfan, beelden die u gemaakt hebt om die te aanbidden; en Ik zal u wegvoeren tot voorbij Babel.
Onze vaders hadden de tabernakel der getuigenis in de woestijn, zoals Hij bevolen had, sprekende tot Mozes, dat hij die zou maken naar het voorbeeld dat hij gezien had.
Die ook onze vaders die daarna kwamen, met Jozua binnengebracht hebben in het bezit der heidenen, die God voor het aangezicht van onze vaders verdreven heeft, tot de dagen van David toe,
46Die genade vond voor God en verzocht een tabernakel te vinden voor de God van Jakob.
47Maar Salomo bouwde Hem een huis.
48De Allerhoogste woont echter niet in tempels die met handen gemaakt zijn, zoals de profeet zegt:
49De hemel is Mijn troon en de aarde is de voetbank van Mijn voeten. Wat voor huis zult u Mij bouwen, zegt de Heer, of wat is de plaats van Mijn rust?